Hoogwaardige Hematologische & Oncologische zorg in alle Friese ziekenhuizen.

T-DM1 Trastuzumab – Emtansine (Kadcyla®) (mamma)

Versie:
1.0
Publicatiedatum:
25 september 2019
Indicatie:

Palliatieve behandeling mammacarcinoom met ER+ HER2+, niet-reseceerbare, lokaal gevorderd of gemetastaseerd, die eerder trastuzumab en een taxoid, afzonderlijk of in combinatie, hebben ontvangen.
Voorwaarden: eerdere therapie voor lokaal gevorderde of gemetastaseerde ziekte, of een recidief binnen zes maanden na het voltooien van adjuvante therapie.


Informatie over Trastuzumab – Emtansine (Kadcyla®)

TDM1 (trastuzumab-emtansine) is een antilichaam-geneesmiddelconjugaat (ADC) gericht tegen de Humane Epidermale Receptor 2 (HER2).
TDM1 bestaat uit het monoklonale antilichaam trastuzumab, waaraan het cytotoxische middel DM1 stabiel gebonden is. Trastuzumab bindt aan de HER2-receptor en zorgt ervoor dat het cytotoxische middel DM1 selectief wordt afgegeven in tumorcellen die HER2 tot overexpressie brengen. Trastuzumab-emtansine heeft de gecombineerde werkingsmechanismen van zowel trastuzumab als DM1.

   
Cyclus:

3 wekelijks

   
Aantal kuren:

tot progressie of toxiciteit

   
Inclusie:

WHO performance status ≤ 2

adequate nier-, lever-, beenmerg- en cardiale functie

   
Exclusie: congestief hartfalen (LVEF <45%)
   
Onderzoek:

voorafgaand aan kuur:

  • lab. baseline: routine Lab
  • WHO, bloeddruk, lengte, gewicht
 

voor iedere kuur:

  • lab: Hb, leuko, neutro en trombo
  • pols, temp, RR en gewicht
  • WHO performance status

controle 3 maandelijks LVEF of echo cor i.v.m. T-DM1 toediening

Behandelschema

Medicatie

Dosering

Toedieningswijze

Dag 1

T-DM1

3,6 mg/kg

i.v., in 250 ml NaCl 0.9%

x

 

Toediening/infuuslijst: Toedieningsschema T-DM1
   
Emetogeniteitsklasse: Laag (risico 10-30%)
   
Bijwerkingen: www.bijwerkingenbijkanker.nl
   
Premedicatie:

geen

   

Kuurspecifieke aandachtspunten:

  • De eerste infusie gedurende 90 minuten toedienen en de patiënt tot ten minste 90 minuten na de infusie controleren op infusiegerelateerde reacties.
  • Bij goed verdragen van de eerste infusie, volgende infusies gedurende 30 minuten toedienen. De patiënt tot tenminste 30 minuten na de infusie observeren.
  • Verlaag bij het optreden van infusiegerelateerde reacties de infusiesnelheid of onderbreek de toediening.
  • Bij levensbedreigende infusiegerelateerde reacties de behandeling definitief staken.
  • Check vóór de behandeling de cardiale voorgeschiedenis.
  • Ejectie fractie (EF)/MUGA scan onderzoek dient voorafgaand aan de behandeling te zijn gedaan. Dit onderzoek na 3 maanden herhalen tijdens behandeling van T-DM1.
  • Bij LVEF daling (>10% en LVEF <50%) tijdelijk stop T-DM1 tot herstel, of stabilisatie op lager niveau (voorkeur >45%).
  • Bij symptomatisch hartfalen: stop definitief met T-DM1; start met ACE remmer en diureticum.
  • Bij het toedienen van T-DM1 gebruik maken van een 0,2 micron filter.        
   
Overgevoeligheidsreacties:

Acties:

  • Staak in dat geval de toediening en sluit een NaCl 0,9% infuus aan (op een 3-weg kraantje) en waarschuw een arts.
  • Controleer de vitale functies.
  • Start adequate behandeling in opdracht van de arts.
   
Calamiteiten:  
 
  • Extravasatie:
  • Stop toediening/infuusnaald in situ laten, arm hoog leggen.
  • Zoveel mogelijk bloed optrekken uit infuusnaald (3-5 ml).
  • Arts waarschuwen.
  • Voor specifieke maatregelen zie crashkaart.
  • Extravasatie registreren in dossier en VIM.

     

Voor overige calamiteiten en andere specifieke maatregelen zie crashkaart en ziekenhuis eigen protocollen.

   
Besmettingsduur excreta:

voorzorgsmaatregelen niet van toepassing

 

 

Ontslag:
  • afspraken volgende kuur meegeven
  • lab aanvraag
  • medicatie/recepten regelen