Prostaatcarcinoom

Medische informatie

Versie:
0.95
Publicatiedatum:
1 september 2020
Auteur(s):
Drs. G. (Grytsje) Bouma

Achtergrondinformatie

 

In 2019 werd bij ruim 13000 mannen de diagnose prostaatkanker gesteld. Meer dan de helft van de patiënten is bij diagnose ouder dan 70 jaar. Rond 60% van de mannen met prostaatkanker presenteert zich bij diagnose met gelokaliseerd prostaatkanker (T1-2 N0/x M0/x). Ongeveer 15% heeft bij diagnose gemetastaseerde ziekte.

De standaardbehandeling bij gevorderd of gemetastaseerd prostaatcarcinoom is androgeendeprivatietherapie (ADT). Dit bestaat uit chirurgische of chemische castratie met een GnRH-agonist. Hierbij wordt door de uroloog soms nog een androgeenreceptorblokker toegevoegd. Door het verlagen van de testosteronspiegel wordt de groei van hormoongevoelige prostaatkankercellen geremd.

Zie voor verdere achtergrondinformatie www.oncoline.nl.

Upfront palliatieve systeembehandeling in hormoonsensitief gemetastaseerd prostaatcarcinoom

Patiënten met een hormoonsensitief gemetastaseerd prostaatcarcinoom (HSPC) hebben winst in overall survival en progressie-vrije overleving door het toepassen van upfront systeembehandeling naast ADT. Het toevoegen van 6 kuren docetaxel aan ADT geeft significante verlenging van de mediane overleving, wat is aangetoond in de CHAARTED studie (mannen met gemetastaseerd HSPC, naast docetaxel geen comedicatie verplicht) en in de STAMPEDE-studie (mannen met gemetastaseerd HSPC en hoog risico lokaal gevorderd HSPC, docetaxel met prednison 10 mg tot aan progressie). In de CHAARTED-studie betrof de mediane overleving 57.6 maanden in de docetaxel + ADT-groep versus 44 maanden in de ADT-groep en in de STAMPEDE-studie 81 versus 71 maanden. In de CHAARTED-studie was het voordeel in overall survival (OS) alleen evident in de hoog-volume gemetastaseerde ziekte. Hoog-volume gemetastaseerde ziekte werd gedefinieerd als viscerale metastasen of ≥ 4 botmetastasen waarvan 1 of meer buiten de wervelkolom en het bekken. In de STAMPEDE-studie was de mediane OS in de groep patiënten met gemetastaseerde ziekte 60 versus 45 maanden. Een nieuwe analyse binnen de STAMPEDE-studie, die gepresenteerd is op de ESMO in 2019, toont dat laag-volume gemetastaseerde ziekte ook OS winst heeft op 6 cycli docetaxel. Binnen Nederland is het gebruik om alleen upfront docetaxel te geven in de hoog-volume gemetastaseerde ziekte op basis van de resultaten van de CHAARTED-studie.

Abiratone is ook geregistreerd voor upfront systeembehandeling in de setting van HSPC, waarbij er dan dagelijks 1000 mg abiraterone met 5 mg prednison wordt gegeven tot aan progressie. In een vergelijkbare populatie als de eerder genoemde docetaxel-studies geeft abiraterone een vergelijkbare verlenging van OS en PFS.

De commissie BOM heeft een voorkeur voor gebruik van docetaxel met het oog op verantwoord medicatiegebruik (kortere behandelduur en goedkoper). Indien docetaxel niet gegeven kan worden (bv patiënt is niet fit genoeg voor chemo of aanwezigheid neuropathie), kan er worden gekozen voor gebruik van abiraterone.

 

Naast de beschikbare systeembehandeling is er voor lokale bestraling op de prostaat ook een plaats binnen gemetastaseerd HSPC. Een onderzoeks-arm binnen de STAMPEDE-studie toont overlevingswinst voor laag-volume gemetastaseerd HSPC door toevoegen van lokale bestraling op de prostaat naast de ADT, waarbij de 3-jaars overleving van 73% naar 81% wordt verbeterd. Deze behandeling is een optie voor patiënten met ≤3 botmetastasen en geen viscerale metastasen. Bij patiënten die voldoen aan de criteria voor laag-volume ziekte, maar ongunstige ziektekenmerken hebben zoals hoge Gleasonscore of uitgebreide symptomatologie kan overwogen worden toch docetaxel te geven in plaats van radiotherapie.

Standaardbehandeling

Standaardbehandeling nog in te voegen. 

Palliatieve systeembehandeling in castratieresistent gemetastaseerd prostaatcarcinoom

Er is sprake van castratie-resistent gemetastaseerd prostaatcarcinoom (mCRPC) in geval van onderstaande bevindingen:

  • Castratie serum waarden voor testosteron (testosteron <50 ng/dL of <1.7 nmol/L) alsmede ófwel
  • Biochemische progressie: drie opeenvolgende stijgingen van PSA, met een minimaal interval van 1 week, resulterend in twee 50% toenames boven de nadir, met een minimale PSA >2 ng/mL, ófwel
  • Radiologische progressie: twee of meer nieuwe laesies op een botscan of toename van een laesie volgens RECIST.

Wanneer er sprake is van mCRPC wordt de LHRH-behandeling gecontinueerd. Wanneer er naast de LHRH-behandeling ook nog androgeenblokkade wordt gegeven, dan wordt de laatstgenoemde gestaakt. Bij patiënten die alleen LHRH-behandeling kregen of alleen een orchidectomie hebben ondergaan, valt te overwegen eerst als behandeling androgeen receptor blokkade toe te voegen. Dit valt vooral te overwegen bij patiënten met biochemische progressie zonder symptomen. Hiervan is echter geen overlevingswinst aangetoond.

Er zijn meerdere eerstelijns systeembehandelingen beschikbaar voor patiënten met mCRPC. Als de patiënt ‘chemo-fit’ is, is de eerstelijnsbehandeling docetaxel (driewekelijks, maximaal 10 cycli, in combinatie met 2dd 5 mg prednison). Indien de patiënt in de hormoonsensitieve setting ook al docetaxel heeft ondergaan, wordt behandeling met docetaxel in de castratieresistente setting overwogen in geval er een reëel behandelinterval is geweest (meestal wordt >2 jaar aangehouden). Alternatieve opties voor docetaxel betreffen abiraterone (in combinatie met 2dd 5 mg prednison) of enzalutamide. Deze opties zijn bijvoorbeeld aan de orde bij patiënten die ‘chemo-unfit’, asymptomatisch of licht symptomatisch zijn. Bij patiënten met symptomatische botmetastasen zonder viscerale metastasen (lymfadenopathie tot ≤3 cm korte as wel toegestaan) is Radium-223 behandeling ook een optie.

Tweedelijns en hierna volgende systeembehandelingen kennen dezelfde opties als eerstelijns systeembehandelingen. Een extra systeembehandeling is cabazitaxel (in combinatie met 2dd 5 mg prednison). De keus voor een systeembehandeling wordt onder andere bepaald door de conditie/comorbiditeit van patiënt, de mate van progressie en symptomatologie en gegeven eerdere lijn systeembehandeling. Over het algemeen wordt het achtereenvolgens geven van abiraterone en enzalutamide (of andersom) niet geadviseerd, gezien de te verwachten kleine kans op respons.

Bij patiënten met mCRPC en botmetastasen is het advies ook te behandelen met denosumab danwel zoledroninezuur (in geval van nierfunctiestoornis voorkeur voor denosumab) ter preventie en verlagen van de kans op ‘skeletal related events’.

Standaardbehandeling

Standaardbehandeling nog in te voegen. 

Ondersteunende behandeling

Denosumab 120 mg subcutaan 1x per 4 weken

Zoledroninezuur 4 mg intraveneus 1x per 12 weken

Studies

Studies nog in te voegen.