Mammacarcinoom (borstkanker)

Medische informatie

Achtergrondinformatie mammacarcinoom

Bij de behandeling van het mammacarcinoom is het belangrijk gebruik te maken van tumorkenmerken, waarvan wel of niet oestrogeenreceptor (ER) en progesteronreceptor (PR)- gevoelig en wel of niet HER/neu-positief momenteel de belangrijkste tumorkenmerken zijn. Bij de keuze is ook direct belangrijk man-vrouw en of vrouwen pre- of postmenopauzaal zijn. Verder is bij sommige behandelingen ook informatie over wel/niet hebben van de genetische mutatie BRCA-1 of BRCA-2 belangrijk.

De diagnostiek en behandeling wordt vastgesteld in het preoperatieve en postoperatieve multidisciplinaire overleg borstkanker (MDO mammabespreking). Bij diagnostiek wordt gekeken naar klinische aspecten, beeldvorming, pathologie en aspecten die een behandelvoorstel kunnen bepalen. Behandeling kan bestaan uit chirurgie, oncoplastische chirurgie, radiotherapie, medicamenteuze- en ondersteunende behandeling. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de locoregionale en systemische therapie. Er wordt gekeken naar erfelijkheid en genetische aspecten en mogelijkheden m.b.t. studiedeelname.

Pre- en/of postoperatieve beoordeling vindt plaats door de radioloog, mammachirurg en radiotherapeut en op indicatie plastisch chirurg, internist-oncoloog en geneticus.

De systemische therapie ook wel medicamenteuze behandeling genoemd wordt gegeven onder hoofdbehandelaarschap van de internist-oncoloog en kan bestaan uit combinaties van endocriene therapie (hormonen van de hypothalamus, hormonen en antihormonen en oestrogenen), chemotherapie, monoclonale antilichamen (immunotherapie), proteinekinaseremmers (doelgerichte therapie), ondersteunende behandelingen zoals calciumregulerende middelen (botversterkende medicatie) en glucocorticoïden.

De internist oncoloog denkt mee vanaf diagnose mammacarcinoom m.b.t. onderzoek en mogelijkheden van de systemische behandeling betreffende curatief: wel of niet neo-adjuvant of adjuvant, palliatief: gemetastaseerd 1e en verdere behandelmogelijkheden, begeleidende behandelingen en mogelijkheden studiedeelname of named patient programs.

Behandelingen begeleidend/overig relevant

Onder begeleidende behandelingen en overige relevante issues worden studies besproken die niet op behandeling gericht zijn, maar wel aan mammacarcinoom gerelateerd zijn, zoals registratiestudies bij specifieke patiëntengroepen.

Standaardbehandelingen bij begeleidende behandelingen in de curatieve situatie zijn het gebruik van calciumregulerende middelen bij postmenopauzale patiënten met ER-positieve tumoren, die ook een indicatie voor adjuvante chemotherapie hebben. In de palliatieve situatie zijn er belangrijke onderdelen van de behandeling en gericht op klachten en preventie van metastasen gerelateerde problemen. Calciumregulerende middelen worden bij botmetastasen standaard aan de systeemtherapie toegevoegd. Dit betreft zoledroninezuur indien normale nierfunctie en denosumab bij een nierfunctiestoornis met EGFR < 30ml/min.

Glucocorticoiden worden regelmatig gebruikt in verschillende fasen van de ziekte. Bij lymfangitis carcinomatosa wordt dit ter beïnvloeding klachten dyspneu gebruikt.

Standaardbehandelingen begeleidend/overig relevant

De standaardbehandelingen m.b.t. begeleidende behandelingen en overige relevante issues mammacarcinoom is om overzicht te bewaren opgenomen in het algemene gedeelte medische informatie begeleidende behandelingen en overige relevante issues. 

Zoledroninezuur i.v.

Medicament

Dosis

Route

Dag

Zoledroninezuur

4 mg

i.v.

 

Aantal cycli

adjuvant: 1 x per zes maanden

palliatief: 9 x 1 x per maand, daarna 1 x / 3 maandelijks.

Emetogeniteitsklasse 1

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

adjuvant postmenopauzaal, bij AI en T score < 2,0 op de Dexascan en palliatief bij botmetastasen

Toelichting

Adjuvant: Bij postmenopauzale patiënten en adjuvante behandeling en hoog risico (N+): zoledroninezuur 4 mg i.v., 1 x per 6 mnd., totaal 6 x = 3 jaar.

Adjuvant bij gebruik aromataseremmer als bij de dexascan de Tscore <2.0: Bij postmenopauzale patiënten en adjuvante behandeling met aromataseremmer en als bij de dexascan  de T score< 2.0 is:  zoledroninezuur 4 mg i.v. 1 x per 12 mnd., totaal 5 x = 5 jaar of oraal bisfosfanaat 1 x per week x 5 jaar. Combineren met calcium D3 en vergelijkbaar met osteoporsoe behandeling, waarbij osteoporose strenger gedefinieerd is vanaf T score < 2,5 en hier al behandeling vanaf T score < 2,0 (osteopenie).

Palliatief: 9 x 1 x per 4 weken, daarna 1 x per 3 mnd., tot toxiciteit of geen meerwaarde gezien uitgebreidheid ziekte. Combineren met vit D3 800E/dag of 20 mcg/dag en calcium 500 mg/dag tenzij hypercalciëmie.

Denosumab sc.

Medicament

Dosis

Route

Dag

denosumab

120 mg

sc.

1 x per 4 wkn.

Aantal cycli

continu

Emetogeniteitsklasse 1

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

botmetastasen

Toelichting

Bij naar bot gemetastaseerd mammacarcinoom en nierfunctiestoornissen (EGFR < 30ml/min): denosumab sc. Combineren met Actief Vit. D (ethalpha 0,25ug 1 dd 1), tenzij hypercalciëmie. Let op indien denosumab gestaakt wordt is er een risico op versneld botverlies, wat opgevangen kan worden door een eenmalige gift zoledroninezuur.

Glucocorticoïden (prednison, dexamethason)

Medicament

Dosis

Route

Dag

prednison

20-60 mg 1dd

i.v. of p.o.

 

dexamethason

2-8 mg

i.v. of p.o.

 

Aantal cycli

Op geleide klachten

Emetogeniteitsklasse 1

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

Toelichting

Keuze prednison of dexamethason en welke dosis is aan internist-oncoloog en op geleide beoogde effect.

Studies/Named Patient Programs

Bij diagnose, behandeling en registratie van het mammacarcinoom lopen veel wetenschappelijke studies. Hiervoor is een landelijke organisatie, de Borstkanker Onderzoek Groep (BOOG). Naast de BOOG-studies zijn er landelijke studies in samenwerking met bijvoorbeeld het AvL of lokale studies. In de Friese regio wordt aangesloten bij deze landelijke studies. De studies zijn opgezet voor alle fasen van borstkanker. Er is een nauwe relatie met de patiëntenvereniging middels de patiëntenadviesgroep. Studies bij borstkanker kunnen vallen onder verschillende hoofdonderzoekers, waarbij voor locoregionale behandeling dat een mammachirurg, radiotherapeut of internist-oncoloog is. Bij gemetastaseerde ziekte is de hoofdonderzoeker de internist-oncoloog. De studies die niet onder de internist-oncoloog vallen zijn nog niet in dit overzicht opgenomen. Vanuit de radiotherapie wordt Friesland breed deelgenomen aan landelijke borstkankerstudies.

Verdere informatie is te vinden onder info@boogstudycenter.nl of www.boogstudycenter.nl.

 

Named patient programs betreft medicatie, die nog niet standaard is, maar die via een speciale regeling wel voor een individuele patiënt belangrijk kan zijn. Informatie hierover komt in het gesprek tussen internist-oncoloog en patiënt zo nodig aan de orde.

 

Zie ook de niet tumorspecifieke informatie en studies.

Cpct studie

Medicament

Dosis

Route

Dag

n.v.t.

     

Indicatie(s)

Weefselafname en bepaling biomarkers op het weefsel (verse histologische biopten) voor start behandeling tbo toekomstige  immunotherapie en niet standaard behandelingen

Toelichting

CPCT studie onderzoekt: toekomstige mogelijke behandelingen bij o.a. borstkanker.

CPCT studie zie info@cpct.nl

Studie open op locatie: Drachten: ja / Heerenveen: nee / Leeuwarden: ja / Sneek: nee

Drup studie

Medicament

Dosis

Route

Dag

n.v.t.

     

Indicatie(s)

The Drug Rediscovery protocol. Indien geen standaard behandeling beschikbaar is, kan o.b.v. weefselafname en bepaling biomarkers op het weefsel (verse histologische biopten) mogelijk een experimentele behandeling/immunotherapie gegeven worden

Toelichting

DRUP studie onderzoekt: mogelijke behandelingen bij o.a. borstkanker.

DRUP studie zie https://www.cpct.nl/drup-drug-rediscovery-protocol-studie

Studie open op locatie: Drachten: nee / Heerenveen: nee / Leeuwarden: ja / Sneek: nee