ERnegHERpos

Medische informatie

Versie:
5.1
Publicatiedatum:
25 februari 2019
Auteur(s):
Dr. H. (Hiltje) de Graaf Dr. B. (Bart) Rikhof Dr. G.J. (Gerrit-Jan) Veldhuis Drs. J. (Jaap) de Boer Dr. Ing. S. (Sjoerd) Hovenga

Behandelingen neo-adjuvant/curatief en adjuvant/curatief

De curatieve behandeling mammacarcinoom bestaat uit een locoregionale behandeling en een systemische behandeling. Bij de systemische behandeling wordt al bij diagnose en in de preoperatieve mammacarcinoombespreking eerst nagedacht of er voor de locoregionale behandeling een indicatie is voor neo-adjuvante systemische behandeling. De indicatie adjuvante systeemtherapie wordt in de postoperatieve multidisciplinaire mammabespreking definitief vastgelegd en bespreking en uitvoering valt onder hoofdbehandelaarschap internist-oncoloog.

Studiedeelname

Er wordt bij iedere behandeling eerst gekeken of de behandeling in de Friese regio in studieverband kan plaatsvinden, omdat dit voor de vooruitgang bij de behandeling van borstkanker in zijn algemeen en soms ook voor de patiënt zelf voordeel op kan leveren. Er wordt als er geen studie in de Friese regio is of geen standaard behandeling is, gekeken naar mogelijkheden andere landelijke studiedeelname.

Neo-adjuvant

Neo-adjuvante systemische therapie

Bij neo-adjuvante systemische therapie wordt grotendeels gebruik gemaakt van dezelfde middelen als bij adjuvante therapie, maar het schema kan wel anders zijn. Het effect op ziektevrije overleving en totale overleving is niet verschillend. Bij neo-adjuvante behandeling kan informatie gekregen worden over het effect van de systemische therapie op de tumor en kan een extra doel zijn om de tumor preoperatief te verkleinen en daarmee een borstsparende behandeling mogelijk te maken. Er kan ook een consequentie m.b.t. behandeling okselklieren uit voortvloeien. Het compleet verdwijnen van de tumor en/of lymfeklieren wordt als gunstig gezien.

Verder wordt de term neo-adjuvante behandeling ook gebruikt bij een vergevorderde borstkanker (stadium III), waarbij het doel gericht is op mogelijk maken chirurgie en maximale lokale behandeling.

Voorwaarden voor start van neo-adjuvante therapie stadium II

  • Neo-adjuvante systemische therapie bij stadium II mammatumoren wordt alleen gegeven als er ten tijde van de diagnose al een indicatie bestaat voor systemische therapie. Dit is bij N+, tumoren > 2cm, HER/neu-positief of triple negatief.
  • Op histologisch biopt: bepalen van ER- en PR-receptoren en HER/neu
  • Preoperatief nauwkeurig vastleggen van de initiële tumorgrootte en uitbreiding door middel van MRI scan. Screening op afstandsmetastasen d.m.v. PET CT scan bij N+ of grotere (cT3, cT4) N0 tumoren of op indicatie van het mammateam. Echo oksel wordt ook standaard gedaan en indien suspecte lymfeklieren (LK) hierbij cytologie LK oksel.
  • Zaadmarkering tumor voor start van de chemotherapie en indien okselklieren klinisch en bij echo negatief: Schildwachtklier (SWK) procedure postoperatief. Als de lymfeklieren positief zijn dan ook zaadmarkering van de okselklier voor start van de chemotherapie.

Voorwaarden voor start van neo-adjuvante therapie stadium III

Neoadjuvante systemische therapie is geïndiceerd bij locoregionaal uitgebreid mammacarcinoom (stadium III).

  • Keuze van de systemische therapie is conform bij stadium II
  • cT4 tumoren fotograferen om uitbreiding in de huid vast te leggen

Neo-adjuvante doelgerichte therapie/anti HER behandeling i.c.m. chemotherapie

De neo-adjuvante behandeling is verschillend van de adjuvante behandeling. Met als doel een complete respons te halen wordt neo-adjuvant meer chemotherapie en 2 anti-HER middelen gegeven. Anti-HER behandeling wordt ook wel doelgerichte behandeling genoemd (de term immunotherapie wordt ook wel gebruikt, maar deze is strikt genomen niet correct). De volledige chemotherapie en een deel van de anti-HER behandeling wordt voor de operatie gegeven. De chemotherapie bestaat uit 18 x paclitaxel i.c.m. 9 x carboplatin. De anti-HER behandeling voor de operatie bestaat uit 9 x pertuzumab en 9 x trastuzumab (cyclus 1 x per 3 weken). Na de chemotherapie en na de operatie gaat de anti-HER behandeling met alleen trastuzumab tot totaal 1 jaar trastuzumab door.

Let op: HER/neu wordt in deze 70+ groep niet standaard bepaald. Bij patiënten < 40 jaar kan de ovariële functie gespaard worden door LHRH (gosereline 3,6 mg sc 1 x per 4 weken) voor start chemotherapie, te starten en weer te staken enkele maanden na afloop van de chemotherapie.

Adjuvant/curatief

Adjuvante systemische therapie

De systemische middelen zijn grotendeels hetzelfde als bij neo-adjuvante systemische therapie en hebben hetzelfde effect op ziektevrije en totale overleving. Bij de bespreking van het behandelvoorstel met de patiënt en familie wordt tot leeftijd 70 jaar standaard gebruik gemaakt van predict, een programma wat de prognose zonder en met adjuvante behandeling voorspelt en als de patiënt dit wil wordt deze prognostische informatie gedeeld.

Patiënten met mammacarcinoom komen postoperatief in aanmerking voor adjuvante chemotherapie als er op 10 jaar ziektevrije > 10% en totale overleving absoluut > 3% winst te halen is. Hiervoor zijn landelijke criteria opgesteld.

Er kan op indicatie aanvullend een genexpressieprofiel zoals de Mammaprint® overwogen worden, indien er een indicatie en patiënten motivatie is voor adjuvante chemotherapie. Een mammaprint is niet van toegevoegde waarde als de indicatie tot behandeling al sterk genoeg is en dit is het geval bij HER-expressie ongeacht ER-pos of ER-negatief. 

Adjuvante immunotherapie/doelgerichte therapie i.c.m. endocriene therapie

Deze combinatie behandeling wordt niet gebruikt.

Adjuvante doelgerichte therapie/anti HER behandeling i.c.m. chemotherapie

De behandeling is adjuvant anders dan het neo-adjuvante schema. Adjuvant wordt er minder chemotherapie en niet 2, maar 1 anti-HER middel gebruikt. Het intensievere  neo-adjuvante schema heeft in de adjuvante setting geen bewezen voordeel.

Bij HER/neu-positieve tumor ≥ T1b (0,5-1 cm) wordt, ongeacht andere kenmerken, behandeling geadviseerd met 12 x paclitaxel + trastuzumab -12 x trastuzumab en bij tumoren > 3 cm N0 of N1 is het advies 4 x AC-12 x paclitaxel + trastuzumab -12 x trastuzumab. Bij patiënten > 70 jaar kan deze behandeling ook overwogen worden.

Let op: HER/neu wordt in deze 70+ groep niet standaard bepaald. Bij patiënten < 40 jaar kan de ovariële functie gespaard worden door LHRH (gosereline 3,6 mg sc 1 x per 4 weken) voor start chemotherapie, te starten en weer te staken enkele maanden na afloop van de chemotherapie.

Timing en volgorde

Chirurgie en systeemtherapie timing en volgorde

Het is belangrijk dat de behandelingen op elkaar aansluiten. Na neo-adjuvante behandeling wordt de operatie > 2 en < 5 weken na de laatste chemotherapie gepland. Immunotherapie kan rond operatie of bestraling door gepland worden.

Bij adjuvante endocriene therapie wordt de behandeling adjuvant < 5 weken vanaf de operatiedatum gestart. Dit kan gecombineerd worden met bestraling.

Bij N0 volgt postoperatief eerst een geïndiceerde bestraling en daarna start de immunotherapie/doelgerichte therapie i.c.m. chemotherapie > 2 en < 5 weken gerekend vanaf de laatste bestralingsdatum.

Bij N+ start na de operatie en voor de bestraling de immunotherapie/doelgerichte therapie i.c.m. chemotherapie < 5 weken gerekend vanaf de laatste operatiedatum.

Radiotherapie en immunotherapie/doelgerichte therapie i.c.m. chemotherapie timing en volgorde

Adjuvante immunotherapie/doelgerichte therapie i.c.m chemotherapie wordt bij N+ voor de radiotherapie en bij N0 na de radiotherapie gestart. Het is belangrijk dat er minimaal 2 tot 3 weken zit tussen einde bestraling bij borstsparende behandeling en start immunotherapie/doelgerichte therapie i.c.m. chemotherapie, maar conform de richtlijnen van de NBCA wel < 5 weken. De NBCA heeft deze indicator vanaf 2014 verruimd en als volgt gedefinieerd: “Percentage patiënten met een wachttijd van ≤ 5 weken tussen radiotherapie en aanvang adjuvante chemotherapie”. Er wordt bij de bestraling namelijk een hypofractioneringsschema met geïntegreerde boost bij borstsparende behandeling, gegeven wat betekent dat in 3 à 4 weken een hoge dosis op de gehele mamma wordt gegeven. De acute toxiciteit ontstaat meestal aan het einde of in de week na de laatste bestraling. Te vroeg starten met chemotherapie kan een flare-up geven van deze radiatie-toxiciteit, wat kan leiden tot meer fibrose van de mamma.

Studies/Named Patient Programs

Bij diagnose, behandeling en registratie van het mammacarcinoom lopen veel wetenschappelijke studies. Hiervoor is een landelijke organisatie, de Borstkanker Onderzoek Groep (BOOG). In de Friese regio wordt aangesloten bij deze landelijke studies. De studies zijn opgezet voor alle fasen van borstkanker. Er is een nauwe relatie met de patiëntenvereniging middels de patiënten adviesgroep. Studies bij borstkanker kunnen vallen onder verschillende hoofdonderzoekers, waarbij voor locoregionale behandeling dat een mammachirurg, radiotherapeut of internist-oncoloog is. Bij gemetastaseerde ziekte is de hoofdonderzoeker de internist-oncoloog. De studies die niet onder de internist-oncoloog vallen zijn niet in dit overzicht opgenomen. Verdere informatie is te vinden onder info@boogstudycenter.nl of http://www.boogstudycenter.nl/.

 

Named patient programs betreft medicatie, die nog niet standaard is, maar waar via een speciale regeling wel voor een individuele patiënt belangrijk kan zijn. Informatie hierover komt in het gesprek tussen internist-oncoloog en patiënt zo nodig aan de orde.

 

Zie ook de niet tumorspecifieke informatie en studies CPCT (Center Personalized Cancer Treatment) en SDM (Shared Decision Making).

CPCT is een niet specifiek op het mammacarcinoom gerichte studie, maar zodra er geen standaard behandelingen beschikbaar zijn, dan kunnen ook patiënten met mammacarcinoom hiervoor in aanmerking komen. SDM is een niet specifiek op het mammacarcinoom gerichte studie, maar betreft ook patiënten met mammacarcinoom.

Kuren Neo-adjuvant curatief

PTC-Pertuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

paclitaxel

80 mg/m2

i.v.

1 + 8

carboplatin

AUC 6

i.v.

1

trastuzumab + pertuzumab

6 mg/kg/ 21 d of 600 mg sc per 21 dagen + 420 mg

i.v. of s.c.

i.v.

1

 

1

trastuzumab

6 mg/kg/ 21 dagen of 600 mg s.c. per 21 dagen

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

9 x paclitaxel dag 1 + 8 1 x per 21 dagen + 9 x carboplatin 1 x per 21 dagen + 17 x trastuzumab per 21 dagen + 9 pertuzumab 1 x per 21 dagen. Trastuzumab is het enige middel wat nog doorgaat na de 9 cycli en  na de operatie.

Emetogeniteitsklasse 4 en 1

hoog (risico > 90%) (paclitaxel-carboplatin) en minimaal (risico < 10%) (trastuzumab en pertuzumab)

Indicatie(s)

neo-adjuvant HERpos

 

Toelichting

Opladen trastuzumab i.v. 1e kuur met 8 mg/ kg. Sc trastuzumab hoeft niet opgeladen. Duur trastuzumab is totaal 1 jaar (niet inhalen uitgestelde kuren).

Opladen pertuzumab 1e kuur 840 mg i.v.

Kuren Adjuvant curatief

AC-Paclitaxel-Trastuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

adriamycine

60 mg/m2

i.v.

1

cyclofosfamide

600 mg/m2

i.v.

1

paclitaxel +

trastuzumab

80 mg/m2/week en 6 mg/kg/ 21d of 600 mg sc per 21 dagen

i.v.

i.v. of s.c.

1

trastuzumab

6 mg/kg/ 21 dagen of 600 mg s.c. per 21 dagen

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

4 x AC 1 x per 21 dagen + 12 x paclitaxel 1 x per 7 dagen + trastuzumab 17c 1 x per 21 dagen

Emetogeniteitsklasse 4 en 1

hoog (risico > 90%) (AC) en minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

adjuvant HER-positief

Toelichting

Opladen trastuzumab i.v. 1e kuur met 8 mg/kg. Sc trastuzumab hoeft niet opgeladen. Duur trastuzumab is totaal 1 jaar (niet inhalen uitgestelde kuren).

Adriamycine-cyclofosfamide (AC) wordt standaard 2 wekelijks (dose dense) gevolgd door G-CSF en kan als alternatief 3 wekelijks gegeven worden.

Paclitaxel-Trastuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

paclitaxel +

trastuzumab

80 mg/m2/week en 6 mg/kg/21 dagen of 600 mg sc per 21 dagen

i.v.

i.v. of s.c.

1

trastuzumab

6 mg/kg/ 21dgn of 600 mg sc  per 21 dagen

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

12 x paclitaxel 1 x 7 dagen + trastuzumab 17 x trastuzumab 1 x per 21 dagen

Emetogeniteitsklasse 1

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

adjuvant HER-positief

Toelichting

Opladen trastuzumab i.v. 1e kuur. Sc trastuzumab hoeft niet opgeladen. Duur trastuzumab is totaal 1 jaar (niet inhalen uitgestelde kuren).

Behandelingen lokaal recidief

Bij de behandeling van het lokaal recidief mammacarcinoom is het belangrijk om eerst naar de lokale situatie te kijken in samenspraak met chirurg en radiotherapeut. Er moet altijd stadiëringsonderzoek worden verricht, omdat een lokaal recidief een situatie is, waarbij de prognose ongunstiger is dan bij een primair mammacarcinoom. Hiervoor moet specifiek aandacht zijn en specifiek met de patiënt besproken worden. Een 2e mammacarcinoom in de zelfde borst of in de andere borst is geen lokaal recidief. 

Bij de behandeling van het lokaal recidief mammacarcinoom is het net als bij de neo-adjuvante en adjuvante behandeling belangrijk gebruik te maken van tumorkenmerken, waarvan wel of niet oestrogeenreceptor (ER) en progesteronreceptor (PR)-gevoelig en wel of niet HER/neu-positief momenteel de belangrijkste tumorkenmerken zijn. Bij de keuze is ook direct belangrijk man-vrouw en of vrouwen pre- of postmenopauzaal zijn. Verder is bij sommige behandelingen ook informatie over wel/niet hebben van de genetische mutatie BRCA-1 of BRCA-2 belangrijk.

De diagnostiek en behandeling wordt vastgesteld in het preoperatieve of postoperatieve multidisciplinaire overleg borstkanker (MDO mammabespreking). Bij diagnostiek wordt gekeken naar klinische aspecten, beeldvorming, pathologie en aspecten die een behandelvoorstel kunnen bepalen. Behandeling kan bestaan uit chirurgie, oncoplastische chirurgie, radiotherapie met of zonder hyperthermie, medicamenteuze- en ondersteunende behandeling. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de locoregionale en systemische therapie. Er wordt gekeken naar erfelijkheid en genetische aspecten en mogelijkheden m.b.t. studiedeelname.

Pre- en/of postoperatieve beoordeling vindt plaats door de radioloog, mammachirurg en radiotherapeut en op indicatie plastisch chirurg, internist-oncoloog, radiotherapeutisch centrum met hyperthermie behandelmogelijkheden en geneticus.

Bij een lokaal recidief wordt er na een eerdere borstsparende behandeling niet opnieuw een borstsparende behandeling uitgevoerd en volgt altijd bestraling, met of zonder hyperthermie. Bij een lokaal recidief na eerdere ablatieve behandeling vindt lokale resectie van het lokale recidief plaats en volgt ook altijd bestraling, met of zonder hyperthermie.

De systemische therapie ook wel medicamenteuze behandeling genoemd wordt gegeven onder hoofdbehandelaarschap van de internist-oncoloog en kan bestaan uit combinaties van chemotherapie, monoclonale antilichamen (immunotherapie), proteinekinaseremmers (doelgerichte therapie), ondersteunende behandelingen zoals calciumregulerende middelen (botversterkende medicatie) en glucocorticoïden. Bij een lokaal recidief wordt gesproken van secundair adjuvante systeemtherapie.

De internist oncoloog denkt mee vanaf diagnose recidief mammacarcinoom m.b.t. onderzoek en mogelijkheden van de systemische behandeling: wel of niet neo-adjuvant of secundair adjuvant, palliatief: gemetastaseerd, begeleidende behandelingen en mogelijkheden studiedeelname of named patient programs.

Studiedeelname

Er wordt bij iedere behandeling eerst gekeken of de behandeling in de Friese regio in studieverband kan plaatsvinden, omdat dit voor de vooruitgang bij de behandeling van borstkanker in zijn algemeen en soms ook voor de patiënt zelf voordeel op kan leveren. Er wordt als er geen studie in de Friese regio is of geen standaardbehandeling is, gekeken naar mogelijkheden andere landelijke studiedeelname. Dit betreft dan vaak fase 1 en 2 onderzoeken en/of named patient programs.

Standaardbehandelingen

Bij neo-adjuvante of adjuvante systemische therapie wordt grotendeels gebruik gemaakt van dezelfde middelen als bij neo-adjuvante of adjuvante therapie, maar het schema kan wel anders zijn. Bij neo-adjuvante behandeling kan informatie gekregen worden over het effect van de systemische therapie op de tumor en kan een extra doel zijn om de tumor preoperatief te verkleinen. De term neo-adjuvante behandeling ook gebruikt bij een vergevorderde borstkanker (stadium III), waarbij het doel gericht is op mogelijk maken chirurgie en maximale lokale behandeling. Bij een lokaal recidief wordt er na een eerdere borstsparende behandeling niet opnieuw een borstsparende behandeling uitgevoerd en volgt altijd bestraling, met of zonder hyperthermie. Bij een lokaal recidief na eerdere ablatieve behandeling vindt lokale resectie van het lokale recidief plaats en volgt ook altijd bestraling, met of zonder hyperthermie. M.b.t. systeemtherapie is het belangrijk de eerder gegeven systeemtherapie mee te wegen in de beslissing tot huidige behandeling.

Secundair neo-adjuvante systemische therapie bij lokaal recidief

De systemische middelen zijn bij het lokaal recidief hetzelfde als bij adjuvante en neo-adjuvante systemische therapie, maar de drempel om deze systeembehandeling te starten is lager en los van de tumorkenmerken is alleen het gegeven dat er sprake is van een lokaal recidief, dit voldoende reden. Het is belangrijk de eerder gegeven systeemtherapie mee te wegen in de beslissing tot huidige behandeling.

Neoadjuvante chemotherapie/ anti Her behandeling bij lokaal recidief

Behandeling conform adjuvante chemotherapie anti-HER behandeling mogelijkheden. Het is belangrijk de eerder gegeven systeemtherapie mee te wegen in de beslissing tot huidige behandeling. Bij patiënten < 40 jaar en nog premenopauzaal kan de ovariële functie gespaard worden door LHRH (gosereline 3,6 mg sc 1 x per 4 weken) voor start chemotherapie, te starten en weer te staken enkele maanden na afloop van de chemotherapie.

Secundair Adjuvant

Secundair Adjuvante systemische therapie bij lokaal recidief

De systemische middelen zijn bij het lokaal recidief hetzelfde als bij adjuvante en neo-adjuvante systemische therapie, maar de drempel om deze systeembehandeling te starten is lager en los van de tumorkenmerken is alleen het gegeven dat er sprake is van een lokaal recidief, dit voldoende reden. Het is belangrijk de eerder gegeven systeemtherapie mee te wegen in de beslissing tot huidige behandeling.

Secundair Adjuvante doelgerichte therapie/anti HER behandeling i.c.m. chemotherapie

De behandeling is adjuvant anders dan het neo-adjuvante schema. Adjuvant wordt er minder chemotherapie en niet 2, maar 1 anti-HER middel gebruikt. Het intensievere neo-adjuvante schema heeft in de adjuvante setting geen bewezen voordeel.

Bij een recidief en niet eerder behandeld HER/neu positieve tumor wordt geadviseerd met  4 x AC-12 x paclitaxel + trastuzumab -12 x trastuzumab te behandelen. Als de patiënt al eerder antracyclines heeft gehad kunnen deze niet herhaald worden. De andere middelen kunnen afhankelijk restbijwerkingen wel herhaald worden. Bij patiënten > 70 jaar kan deze behandeling ook overwogen worden. Bij patiënten < 40 jaar en nog premenopauzaal kan de ovariële functie gespaard worden door LHRH (gosereline 3,6 mg sc 1 x per 4 weken) voor start chemotherapie, te starten en weer te staken enkele maanden na afloop van de chemotherapie.

Studies/Named Patient Programs

Bij diagnose, behandeling en registratie van het mammacarcinoom lopen vaak wetenschappelijke studies. Hiervoor is een landelijke organisatie, de Borstkanker Onderzoek Groep (BOOG). In de Friese regio wordt aangesloten bij deze landelijke studies. De studies zijn opgezet voor alle fasen van borstkanker. Er is een nauwe relatie met de patiëntenvereniging middels de patiënten adviesgroep. Studies bij borstkanker kunnen vallen onder verschillende hoofdonderzoekers, waarbij voor locoregionale behandeling dat een mammachirurg, radiotherapeut of internist-oncoloog is. Bij gemetastaseerde ziekte is de hoofdonderzoeker de internist-oncoloog. De studies die niet onder de internist-oncoloog vallen zijn niet in dit overzicht opgenomen. Verdere informatie is te vinden onder info@boogstudycenter.nl of http://www.boogstudycenter.nl/.

 

Named patient programs betreft medicatie, die nog niet standaard is, maar waar via een speciale regeling wel voor een individuele patiënt belangrijk kan zijn. Informatie hierover komt in het gesprek tussen internist-oncoloog en patiënt zo nodig aan de orde.

 

Zie ook de niet tumorspecifieke informatie en studies CPCT (Center Personalized Cancer Treatment) en SDM (Shared Decision Making).

CPCT is een niet specifiek op het mammacarcinoom gerichte studie, maar zodra er geen standaard behandelingen beschikbaar zijn, dan kunnen ook patiënten met mammacarcinoom hiervoor in aanmerking komen. SDM is een niet specifiek op het mammacarcinoom gerichte studie, maar betreft ook patiënten met mammacarcinoom.

Kuren Neo-adjuvant bij lokaal recidief

PTC-Pertuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

paclitaxel

80 mg/m2

i.v.

1 + 8

carboplatin

AUC 6

i.v.

1

trastuzumab + pertuzumab

6 mg/kg/ 21 d of 600 mg sc per 21 dagen + 420 mg

i.v. of s.c.

i.v.

1

 

1

trastuzumab

6 mg/kg/ 21 dagen of 600 mg s.c. per 21 dagen

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

9 x paclitaxel dag 1 + 8 1 x per 21 dagen + 9 x carboplatin 1 x per 21 dagen + 17 x trastuzumab per 21 dagen + 9 pertuzumab 1 x per 21 dagen. Trastuzumab is het enige middel wat nog doorgaat na de 9 cycli en na de operatie.

Emetogeniteitsklasse 4 en 1

hoog (risico > 90%) (paclitaxel-carboplatin) en minimaal (risico < 10%) (trastuzumab en pertuzumab)

Indicatie(s)

neo-adjuvant HER pos

 

Toelichting

Opladen trastuzumab i.v. 1e kuur met 8 mg/kg. Sc trastuzumab hoeft niet opgeladen. Duur trastuzumab is totaal 1 jaar (niet inhalen uitgestelde kuren).

Opladen pertuzumab 1e kuur 840 mg i.v.

Kuren Secundair adjuvant bij lokaal recidief

AC-Paclitaxel-Trastuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

adriamycine

60 mg/m2

i.v.

1

cyclofosfamide

600 mg/m2

i.v.

1

paclitaxel +

trastuzumab

80 mg/m2/week en 6 mg/kg/ 21 dagen of 600 mg sc per 21 dagen

i.v.

i.v. of s.c.

1

trastuzumab

6 mg/kg/ 21 dagen of 600 mg s.c. per 21 dagen

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

4 x AC 1 x per 21 dagen + 12 x paclitaxel 1 x per 7 dagen + trastuzumab 17c 1 x per 21 dagen

Emetogeniteitsklasse 4 en 1

hoog (risico > 90%) (AC) en minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

(Secundair) Adjuvant HER-positief

Toelichting

Opladen trastuzumab i.v. 1e kuur met 8mg/kg. Sc trastuzumab hoeft niet opgeladen. Duur trastuzumab is totaal 1 jaar (niet inhalen uitgestelde kuren).

Paclitaxel-Trastuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

paclitaxel +

trastuzumab

80 mg/m2/week en 6 mg/kg/ 21 dagen of 600 mg sc per 21 dagen

i.v.

i.v. of s.c.

1

trastuzumab

6 mg/kg/ 21dagen of 600 mg sc per 21 dagen

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

12 x paclitaxel 1 x 7 dagen + trastuzumab 17 x trastuzumab 1 x per 21 dagen

Emetogeniteitsklasse 1

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

(Secundair) Adjuvant HER-positief

AC-Trastuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

adriamycine

60 mg/m2

i.v.

1

cyclofosfamide

600 mg/m2

i.v.

1

trastuzumab

6 mg/kg/ 21 dagen of 600 mg s.c. per 21 dagen 1e kuur 8 mg/kg

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

6, cyclus 14 (24 uur erna gevolgd door G-CSF)-21 dagen.
Trastuzumab 1 jaar

Emetogeniteitsklasse 4

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

(Secundair) adjuvant

Toelichting

Indien niet een een taxoid in de secundair adjuvante setting gebruikt kan worden, dan 1 jaar trastuzumab na de chemotherapie, omdat de gelijktijdige combinatie trastuzumab met deze chemotherapie in deze setting niet is onderzocht.

CMF i.v.-Trastuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

cyclofosfamide

100 mg/m2

i.v.

1-14

methotrexaat

40 mg/m2

i.v.

1 + 8

fluorouracil

600 mg/m2

i.v.

1 + 8

trastuzumab

6 mg/kg/ 21 dagen of 600 mg s.c. per 21 dagen 1e kuur 8 mg/kg

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

6, cyclus 21 dagen

trastuzumab 1 jaar

Emetogeniteitsklasse 4

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

(Secundair) adjuvant

Toelichting

Indien niet een antracycline en niet een taxoid in de secundair adjuvante setting gebruikt kan worden, dan 1 jaar trastuzumab na de chemotherapie, omdat de gelijktijdige combinatie trastuzumab met deze chemotherapie in deze setting niet is onderzocht.

CMF oraal-Trastuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

cyclofosfamide

100 mg/m2

p.o.

1-14

methotrexaat

40 mg/m2

i.v.

1 + 8

fluorouracil

600 mg/m2

i.v.

1 + 8

trastuzumab

6 mg/kg/21 dagen of 600 mg sc per 21 dagen 1e kuur 8 mg/kg

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

6, cyclus 28 dagen

trastuzumab 1 jaar

Emetogeniteitsklasse 4

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

(Secundair) adjuvant

Toelichting

Indien niet een antracycline en niet een taxoid in de secundair adjuvante setting gebruikt kan worden, dan 1 jaar trastuzumab na de chemotherapie, omdat de gelijktijdige combinatie trastuzumab met deze chemotherapie in deze setting niet is onderzocht.

Carboplatin-Paclitaxel 6x-Trastuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

 

paclitaxel 6 cycli

80 mg/m2

i.v.

 

carboplatin 6 cycli

AUC 5-6

i.v.

 

trastuzumab

6 mg/kg/21dagen of 600 mg sc per 21 dagen 1e kuur 8 mg/kg

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

6 cyclus 21 dagen

trastuzumab 1 jaar

Emetogeniteitsklasse 4

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

Neo-adjuvant en (Secundair) adjuvant triple negatief, indien contraindicatie antracyclines of korter schema dan 8 x in ando schema gewenst.

 

 

Toelichting

Indien niet een antracycline in de secundair adjuvante setting gebruikt kan worden, dan 1 jaar trastuzumab na de chemotherapie, omdat de gelijktijdige combinatie trastuzumab met deze chemotherapie in deze setting niet is onderzocht.

Behandelingen palliatief

Palliatieve behandelingen bij mammacarcinoom kunnen bestaan uit locoregionale en systemische therapie. In principe wordt bij het stellen van de diagnose gemetastaseerde ziekte, stadiëringsonderzoek gedaan en zo mogelijk opnieuw histologisch onderzoek ter beoordeling tumorkenmerken, die veranderd kunnen zijn t.o.v. de primaire tumor. Tumormarkers in het bloed worden alleen ingezet als er geen meetbare/evalueerbare ziekte is om het effect van de behandeling te evalueren. De systemische therapie ook wel medicamenteuze behandeling genoemd wordt gegeven onder hoofdbehandelaarschap van de internist-oncoloog en kan bij ERnegHER-positief mammacarcinoom bestaan uit combinaties van chemotherapie, doelgerichte behandelingen zoals anti-HER behandeling of proteïnekinaseremmers, immunotherapie, ondersteunende behandelingen zoals calciumregulerende middelen (botversterkende medicatie) en glucocorticoïden.

Studiedeelname

Er wordt bij iedere behandeling eerst gekeken of de behandeling in de Friese regio in studieverband kan plaatsvinden, omdat dit voor de vooruitgang bij de behandeling van borstkanker in zijn algemeen en soms ook voor de patiënt zelf voordeel op kan leveren. Er wordt als er geen studie in de Friese regio is of geen standaardbehandeling is, gekeken naar mogelijkheden andere landelijke studiedeelname. Dit betreft dan vaak fase 1 en 2 onderzoeken en/of named patient programs.

Standaardbehandelingen

Onder palliatief valt de behandeling voor gemetastaseerde ziekte en worden verschillende lijnen van behandeling gegeven. De 1e lijns behandeling hangt af van de tumorkenmerken, uitgebreidheid van de metastasen, de klachten die de metastasen geven, geslacht en de menopauzestatus van de patiënt. De kans op clinical benefit (respons en stabiele ziekte) en overlevingswinst is zeer variabel, maar kan jaren zijn.

Immunotherapie/doelgerichte therapie i.c.m. chemotherapie

Als de tumor HER/neu-negatief is kan paclitaxel + bevacizumab als 1e lijn behandeling gegeven, waarbij met name bij ER-negatieve patiënten voordeel van deze combinatie wordt verwacht, maar dit is nog onderwerp van onderzoek. Deze combinatie wordt niet in de 2e of verdere lijn gegeven, omdat hier geen winst van is aangetoond. Er is geen 2e lijns doelgerichte standaardbehandeling voor HER/neu-negatieve tumoren.

Als de tumor HER/neu-positief is en de patiënt komt in aanmerking voor chemotherapie, dan wordt in de 1e lijn aan de chemotherapie twee monoclonaal antilichamen toegevoegd. Dit bestaat uit de combinatie van de twee doelgerichte middelen, de monoclonale antilichamen, trastuzumab en pertuzumab en 3-wekelijks docetaxel als chemotherapie. De trastuzumab en pertuzumab gaat door als de chemotherapie stopt als onderhoudsbehandeling tot de progressie of cardiotoxiciteit. Tweede lijns behandeling bestaan uit Trastuzumab-emtansine (TDM-1). Bij progressie hieronder zijn verdere behandellijnen trastuzumab met vinorelbine, trastuzumab met capecitabine of capecitabine met het doelgerichte middel, de proteïnekinaseremmer, lapatinib. Bij hersenmetastasen wordt er mogelijk voordeel gezien van de combinatie lapatinib met capecitabine. De combinatie lapatinib met trastuzumab is geen standaardbehandeling. Van nieuwere middelen zoals neratinib wordt meerwaarde bij hersenmetastasen verwacht, maar dit middel kan nog niet worden gebruikt.

Studies/Named Patient Programs

Bij diagnose, behandeling en registratie van het mammacarcinoom lopen veel wetenschappelijke studies. Hiervoor is een landelijke organisatie, de Borstkanker Onderzoek Groep (BOOG). In de Friese regio wordt aangesloten bij deze landelijke studies. De studies zijn opgezet voor alle fasen van borstkanker. Er is een nauwe relatie met de patiëntenvereniging middels de patiëntenadviesgroep. Studies bij borstkanker kunnen vallen onder verschillende hoofdonderzoekers, waarbij voor locoregionale behandeling dat een mammachirurg, radiotherapeut of internist-oncoloog is. Bij gemetastaseerde ziekte is de hoofdonderzoeker de internist-oncoloog. De studies die niet onder de internist-oncoloog vallen zijn niet in dit overzicht opgenomen. Verdere informatie is te vinden onder info@boogstudycenter.nl of www.boogstudycenter.nl.

 

Named patient programs betreft medicatie, die nog niet standaard is, maar waar via een speciale regeling wel voor een individuele patiënt belangrijk kan zijn. Informatie hierover komt in het gesprek tussen internist-oncoloog en patiënt zo nodig aan de orde.

 

Zie ook de niet tumorspecifieke informatie en studies CPCT (Center Personalized Cancer Treatment), SDM (Shared Decision Making) en de drup studie.

CPCT en de drup studie zijn niet specifiek op het mammacarcinoom gerichte studies, maar zodra er geen standaardbehandelingen beschikbaar zijn, dan kunnen ook patiënten met mammacarcinoom hiervoor in aanmerking komen. SDM is een niet specifiek op het mammacarcinoom gerichte studie, maar betreft ook patiënten met mammacarcinoom.

Kuren Palliatief

Docetaxel-Trastuzumab-Pertuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

docetaxel

75 mg/m2

i.v.

1

trastuzumab

6 mg/kg of 600 mg

i.v. of s.c.

1

pertuzumab

420 mg

i.v.

1

trastuzumab

6 mg/kg/ 21d of 600 mg  per 3 weken

i.v. of s.c.

1

Aantal cycli

Cyclusduur 21 dagen. Streven naar tenminste 8 cycli docetaxel tenzij neurotoxiciteit. Trastuzumab i.c.m. pertuzumab tot progressie of cardiotoxiciteit.

Emetogeniteitsklasse 2

laag (risico 10-30%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd HER/neu+

Toelichting

Opladen trastuzumab 1e kuur 8 mg/kg. i.v. 1e kuur. S.c. hoeft niet opgeladen.

Opladen pertuzumab 1e kuur 840 mg.

TDM1

Medicament

Dosis

Route

Dag

trastuzumab-emtansine

3,6 mg/kg

i.v.

1

Aantal cycli

Tot progressie

Emetogeniteitsklasse 2

laag (risico 10-30%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd, HER/neu+

Toelichting

Doelgerichte behandeling gecombineerd met chemotherapie in 1 medicament.

Vinorelbine-Trastuzumab

Medicament

Dosis

Route

Dag

vinorelbine

30 mg/m2/week

i.v.

1

trastuzumab

2 mg/kg/week of 600 mg per 3 weken

i.v. of sc

1

trastuzumab

6 mg/kg/ 21d of 600 mg per  3 weken

i.v. of sc

1

Aantal cycli

Tot progressie, cyclus 1 x per week. Indien stop vinorelbine, wel door trastuzumab 1 x per 3 weken.

Emetogeniteitsklasse 1

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd, HER/neu+ pos.

Toelichting

Opladen trastuzumab i.v. 1e kuur. S.c. hoeft niet opgeladen.

Capecitabine-Lapatinib

Medicament

Dosis

Route

Dag

capecitabine

1000 mg/m2 2dd

p.o.

1-14

lapatinib

1250 mg 1dd (4 tbl. à 250 mg)

p.o.

1 dd

Aantal cycli

Tot progressie 1 x per 21 dagen.

Emetogeniteitsklasse 1

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd, HER/neu-positief 3e lijn

 

Toelichting

DPD bepalen in bloed. Indien heterozygoot, 50-75% dosering, indien homozygote dpd deficiëntie geen capecitabine geven. Bij leeftijd > 70 jaar of comorbiditeit overweeg start 1000 mg/m2 2 x dd.