Overige gynecologische maligniteiten (niet cervix-, ovarium- of endometriumcarcinoom)

Medische informatie

Versie:
1.0
Publicatiedatum:
16 februari 2017

Achtergrondinformatie

 

Naast het cervixcarcinoom, het endometriumcarcinoom en het epitheliaal ovariumcarcinoom komen er ook andere gynaecologische maligniteiten voor. Meest voorkomend is de persisterende trofoblast. Het vaginacarcinoom is een zeldzame tumor. Granulosaceltumoren zijn ook zeldzaam en worden ook wel kiemceltumoren genoemd.

Het is mogelijk dat de patiënt met een behandelplan vanuit het academisch ziekenhuis verwezen wordt voor een behandeling dichtbij huis van de patiënt. Vaginacarcinoom wordt primair in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) behandeld. Bij het vaginacarcinoom kan een gecombineerde radiochemotherapie behandeling gebruikt worden, waardoor de behandeling in Leeuwarden plaatsvind met radiotherapie op het Radiotherapeutisch Centrum Friesland (RIF)  en chemotherapie in het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL). 

Granulosaceltumoren van het ovarium worden primair in het UMCG behandeld.

Een persisterend trofoblast wordt  behandeld in samenspraak met de gynaecoloog en kan ook in een niet universitair ziekenhuis standaard plaatsvinden.

De gynaecoloog is hoofdbehandelaar en primair verantwoordelijk voor de oncologische registratie. Alle patiënten worden besproken in het gynaecologisch Multidisciplinair overleg (MDO) in het UMCG en op de wekelijkse Friese gynaecologie-oncologie patiëntenbespreking. Hierbij is een internist-oncoloog als vertegenwoordiger van de Friese ziekenhuizen aanwezig. Aanmelding voor deze bespreking gaat in principe via de gynaecoloog, maar kan ook in overleg met gynaecoloog of radiotherapeut die bij deze bespreking betrokken zijn plaatsvinden.

De hoofdbehandelaar gynaecoloog is verantwoordelijk voor de eerste overdracht van gegevens en patiënt wordt zowel naar radiotherapeut als internist-oncoloog in Leeuwarden verwezen.

 

Beoordeling voor deelname aan trials wordt besproken in de Friese gynaecologie-oncologie patiëntenbespreking en het MDO in het UMCG.

 

Indien er een gemetastaseerd vaginacarcinoom bestaat  kan 1e lijns palliatieve chemotherapie gegeven worden in elk Fries ziekenhuis. Ook indien er alleen palliatieve zorg zonder chemotherapie mogelijk is en regie in de 2e lijn nodig is, dan zal het hoofdbehandelaarschap aan de internist-oncoloog overgedragen worden. Radiotherapie kan op indicatie weer een zinvolle palliatieve optie zijn.

Behandelingen Adjuvant / Curatief

De curatieve behandeling van het vaginacarcinoom bestaat uit chirurgie. Indien er geen primaire chirurgie mogelijk is kan worden gekozen voor curatieve radiochemotherapie. Radiotherapie is het belangrijkste onderdeel van deze behandeling, waarbij de uitwendige radiotherapie in het RIF gegeven wordt. De chemotherapie kan dan ook in het MCL worden gegeven.

Studies / Named Patient Programs

Beoordeling voor deelname aan trials  wordt  besproken in de Friese gynaecologie-oncologie patiëntenbespreking en/of  het MDO in het UMCG

Zie de niet tumorspecifieke informatie en studies CPCT (Center Personalized Cancer Treatment).

CPCT is een niet specifiek op  deze maligniteiten gerichte studie, maar zodra er geen standaard behandelingen beschikbaar zijn, dan kunnen ook patiënten met deze maligniteiten  hiervoor in aanmerking komen.

Standaardbehandelingen 

BEP-EP granulosaceltumor ovarium

Medicament

Dosis

Route

Dag

Etoposide

100 mg/m2 (max. 250 mg)

i.v.

1 t/m 5

Cisplatine

20 mg/m2

i.v.

1 t/m 5

Bleomycine

30×10³ IU/m²

i.v.

2, 8 en 15

Duur cyclus (dagen)

21

Aantal cycli

3

Emetogeniteitsklasse 4

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

Granulosaceltumor van het  ovarium

Medicament

Dosis

Route

Dag

Etoposide

100 mg/m2 (max. 250 mg)

i.v.

1 t/m 5

Cisplatine

20 mg/m2

i.v.

1 t/m 5

Duur cyclus (dagen)

21

Aantal cycli

1

Emetogeniteitsklasse 4

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

Granulosaceltumor van het ovariumovarium

Toelichting: Schema bestaat uit 3 x BEP en 1 x EP.

TIP granulosaceltumor ovarium

Medicament

Dosis

Route

Dag

Paclitaxel

250 mg/m2

i.v.

1

Ifosfamide

1200 mg/m2

i.v.

2 t/m 6

Cisplatine

20 mg/m2

i.v.

2 t/m 6

Duur cyclus (dagen)

21

Aantal cycli

4

Emetogeniteitsklasse 4

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

Granulosaceltumor van het ovarium

 Carboplatin icm radiotherapie curatief vulvacarcinoom

Medicament

Dosis

Route

Dag

Carboplatine

AUC 2-3

i.v.

1

Duur cyclus (dagen)

7

Aantal cycli

6

Emetogeniteitsklasse 3

matig (risico 30-90%)

Indicatie(s)

Vaginacarcinoom

Toelichting: I.v.m. de duur van de radiotherapie worden er meestal 6 cycli  gegeven, maar een 5e kuur  vervalt soms i.v.m. de timing. De 6e kuur moet binnen de periode dat radiotherapie gegeven wordt vallen.

Link carboplatin dosis AUC en cockroft klaring.

MTX bij Persisterende trofoblast

Medicament

Dosis

Route

Dag

Methotrexaat (MTX)

met folinezuur rescue

1mg/kg

30 uur na MTX  15mg folinezuur

i.m.

 

po

1,3,5,7

 

2,4,6,8

Duur cyclus (dagen)

14

Aantal cycli

Na normalisatie serum-HCG 2 extra kuren

Emetogeniteitsklasse 1

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

Persisterende trofoblast

Toelichting: Patiënten met persisterende trofoblastziekte moeten besproken te worden in de tumorwerkgroep en met de sectie Trofoblasttumoren van de WOG en er is een landelijke verplichte registratie, die de gynaecoloog, die hoofdbehandelaar is, verzorgt

MTX wordt  in de apotheek zelf bereid. METOJECT® kan niet gebruikt worden, omdat dit bedoeld is voor  intrathecale toediening.

Rescue van de  MTX wordt gedaan met Folinezuur 15 mg tabletten/capsules steeds 30 uur na MTX inname op de tussenliggende dagen

Het aantal cycli is afhankelijk van de HCG respons. Om het effect van het methotrexaatgebruik te kunnen beoordelen bepaalt men 2-3 dagen vóór de volgende kuur

de serum-HCG-concentratie.

De HCG-waarden worden uitgezet op een semi-logaritmische curve. Na normalisering worden nog 2 zogenaamde zekerheid- of consolidatiekuren gegeven.

Van de patiënten met een persisterende trofoblast na een mola reageert 15-20% onvoldoende op methotrexaat. Een beperkte groep patiënten reageert alsnog goed op dactinomycine. De overige patiënten hebben alsnog combinatiechemotherapie nodig.

 

Palliatieve behandelingen

 

Indien er een gemetastaseerde gynecologische maligniteit is, kan 1e lijns palliatieve chemotherapie gegeven worden in elk Fries ziekenhuis als hiervoor in samenspraak met het centrumziekenhuis/UMCG of AvL voldoende voordeel van te verwachten is. Is palliatieve zorg zonder chemotherapie en benodigde regie in de 2e lijn nodig, valt dit onder hoofdbehandelaarschap van de internist-oncoloog in elk ziekenhuis. Radiotherapie kan  op indicatie een zinvolle palliatieve optie zijn.

 

Er zijn geen standaard palliatieve behandelingen voor deze zeldzame gynaecologische maligniteiten. Keuze van een behandeling gaat altijd in samenspraak multidisciplinair team.

Begeleidende Behandelingen

Indien er een gemetastaseerd gynaecologische maligniteit is kan er begeleidende behandeling nodig zijn gericht op palliatie. Dit kan in elk Fries ziekenhuis.

Dexamethason

Medicament

Dosis

Route

Dag

Dexamethason

1x 8 mg

i.v. of p.o.

continue

Duur cyclus (dagen)

continue

Aantal cycli

1

Emetogeniteitsklasse 1

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

Elke palliatieve situatie ter beïnvloeding moeheid en eetlust en cachexie.

Toelichting: Bij dexamethason gebruik glucose controle. Bij dexamethason en NSAID of Acetylsalicylzuur maagprofylaxe d.m.v. protonpompremmer starten.